De Curva en haar politiek

De Italiaanse politiek is er één van chaos, en één van toneel, zoals wij allen weten. Ook heeft iedereen een beeld bij de ‘cugini’, het team staat niet voor niets bekend als “Nazio”, en iedereen met een Roma-hart krimpt ineen bij het beeld van Paolo di Canio en zijn saluut aan de “irrudicibili”.

De Fedayn in een souvenirstand, foto indehekken.nl

Onze Curva Sud kent een veel diffuser beeld. Wayne Girard (New Jersey, met Romeinse Roots) heeft hierover een scriptie geschreven. Hij heeft geprobeerd het in het perspectief te stellen van de politieke ontwikkelingen in Rome zelf.

In mijn eigen ervaring in Rome is het fan zijn van Roma minstens net zoveel een zaak van familie, van buurt, van waar je ouders woonden dan van politiek, dus dit is zeker maar één lens om door te kijken. Wel merkte ik dat wel vaak over de Laziali als fascisten werd gesproken, zoals Ajacieden over kakkerlakken. De identiteit wordt er dus wel aan gekoppeld.

Girard heeft hij veel aandacht voor de jaren onder Mussolini, waar het fascistische regime de samenvoeging afdwong van Fortitudo, Alba en Audace to AS Roma in 1927. Het regime promootte de zogenaamde ‘Romanità’: Het plaatsen van alle acties van het regime (ook bijvoorbeeld de verovering van Libië en Ethiopië) als vervolg op het Romeinse rijk. Hierdoor moest Rome ook een sterke club ten opzichte van het Noorden hebben.

Twee stadions uit de geschiedenis Roma hebben ook nog sporen van het fascisme: stadio Flamino heette vroeger het Stadion van de fascistische partij (Stadion PNF) , en het huidige Olympisch staat op het voormalige Foro Mussolini (die is daar nog steeds aanwezig, zie foto). Roma werd ook voor het eerst kampioen in die tijd. Girard vergeet echter te melden dat de favoriete club van Mussolini Bologna (Hij kwam uit het nabijgelegen Forlì) in die tijd acht van haar negen kampioenschappen behaalde.

Rome 2015
Zuil bij het Olimpico (2015), Mussolini Dux (Latijn voor Leider)

In these van Girard kan je deze framing van de sport niet los zien van de opkomst van de groepen tifosi in de jaren ’50. Daar is in mijn beeld nog wel wat op af te dingen. In de wielersport was bijvoorbeeld juist de strijd tussen Bartali (die stond voor traditionele katholieke waarden) en Coppi (die stond voor het communisme) gestreden. Een heel ander perspectief op de sport.

In de jaren ’70 waren de linkse Fedayn (genoemd naar een Arabische verzetsgroep) en de meer rechtse Boys dominant. Samen vormden deze in 1977 de Commandos Ultrà Curva Sud. Deze was uniek in haar soort omdat ze zoveel verschillende groepen verbond. De eerste 10 jaar van haar bestaan was de cUCS misschien wel de grootste Ultra Groep van Europa: Una Fede, Una Volantà, Un Traguardo… Vincere Malgrado Tutto!

De CUCS in haar hoogtijdagen

Vanaf de jaren 90 nam het gezag van het centrale commando af. Girard noemt hier de verkoop van Ancelotti, en vervanger door ex-laziale Manfredoni als keerpunt. De CUCS werd het onderling niet eens over hoe te reageren: accepteren of verzetten) Meer en meer (rechtse) splintergroepen werden vervolgens agressiever. Daarbij werden de oude politieke voorkeuren vervangen door strijd tegen problemen als de mafia en Tangentopoli. Hierbij werden traditionele instituties als de politie en het bestuur steeds minder vertrouwd. Girard geeft toen ik hem daarover vroeg wel aan dat de Roma supporters zich niet aansluiten bij Extreem-rechts, in tegenstelling tot veel Lazio supporters.

Het weinige vertrouwen in de instituties was te zien in bijvoorbeeld de Derby van het Dode kind (2004) waar geruchten over politiegeweld ervoor zorgde dat de Ultràs het staken van de derby afdwongen. Soms sloten ze zich zelfs aan bij de ‘vijand’ om samen de politie of supporters van andere (Europese) clubs aan te vallen. Ook de dood van de Napoli supporter bij de beker finale van 2014 past in dit patroon volgens Girard.

Op dit moment zijn veel supporters juist weer verenigd in het verzet tegen de barrières die de gemeente opgezet heeft in de Curve, voor veiligheidsredenen. Apart is dat de club hier maar beperkt partij in is en dat de barrières kwamen na een periode van relatieve rust tussen de supporters. De Ultras nemen hier een principieel standpunt in, en komen niet naar thuiswedstrijden zolang de barrières niet verdwijnen. Hopelijk zal deze gezamenlijkheid leiden tot een oplossing en een nieuwe glorie tijd van de tifosi van Roma, waar wij allen zo van houden.

De scriptie staat op researchgate

 

 

 

La Gazzetta

(Dit bericht is eerder gepubliceerd op de Wielersite Het is Koers)

In 1994 was Italië nog veel meer buitenland dan nu. Voor geld moest je in de rij bij het postkantoor staan. Mijn ouders bestelden een caffė Americano in een bar in Firenze. De blik in de ogen van de Barista, verbaasd over zulk een barbaarse bestelling, zou mijn leven veranderen. Een vriendin van mij twitterde gisteren dat ze maar ‘gewoon’ een cappuccino bestelde, want al die ingewikkelde zaken van Starbucks waren maar niks. ‘o tempora, o mores’ zei Cicero al.

Italiaanse sport was toen ook nog iets mythisch. De avonturen van Gullit, Van Basten en Rijkaard bereikten ons in een slotje op tv op zondagavond. Van de Giro zag je vaak bijna niets, slechts een snippertje van een etappe in de Dolomieten. Daarom was de overwinning van Breukink op de Gavia in 1988 ook zo heroïsch.

De Gazzetta kende ik van horen zeggen. Ondanks dat ik geen woord Italiaans sprak kocht ik hem (of haar?) bijna dagelijks op vakantie. Langzaam werd er steeds meer duidelijk. Het was de tijd van de loting van de Champions League. Met de Italianen op het Piazza di Spagna vertaalden we de kansen die de Roze Krant toedichtte aan Ajax (Italiaanse bijnaam i lancieri, de lanciers) voor het kampioenenbal in 1994-95. Ajax won. Ik griste twee dagen later naast de Gazzetta, die toen hier nog een dag later verscheen.

De krant was niet altijd roze.Toen zij in 1896 ontstond uit een fusie tussen twee wielerbladen was hij nog geel. De aanleiding voor de fusie waren de Olympische Spelen in Athene. Zij verscheen een keer per twee weken. In 1899 werd hij roze. Vanaf 1908 verscheen hij drie keer per week. Om voldoende nieuws daarvoor te genereren werd in 1909 gestart met de Giro. In 1931 werd tot woede van Mussolini de leiderstrui roze, als verwijzing naar de krant. Zo trad het roze binnen in ons wielerhart.

Ik ging vaker naar Italië en het roze werd definitief deel van ons ‘vita quotidiana’ toen we in Rimini, zo vlak bij zijn latere graf, Pantani de Tour zagen winnen. Toen werd ons duidelijk dat er maar twee dingen zeker zijn in het leven van de Italiaan. Je zal ooit sterven, en één keer in je leven komt de Giro voorbij. En deze brengt nieuwe asfalt. Later zagen we in het pannenkoekententje van zijn vader de beruchte overwinning op de Mont Ventoux.

Voor voetbal bleek de Gazzetta trouwens niet altijd even geschikt. Je moet soms goed tussen de regels kunnen lezen om door de geruchten heen te kunnen kijken (waar vooral Nederlandse kranten die berichten overnemen soms heel slecht in zijn). Ook is Italië een land van regio’s. Toen ik 1997 met Fiorentina – AS Roma mijn eerste Serie A-wedstrijd bezocht bleek de locale il Mattino veel meer couleur locale te brengen, met een wekelijks rapport over de wedstrijd tussen de diverse ‘curve’. Toen ik later in Rome woonde bleek il Corriere dello Sport het Romeinse alternatief voor de Milanese Gazzetta.

Voor ‘il ciclismo’ bleef de Gazzetta een rots in de branding. Ondanks druk van bijvoorbeeld de Motorsport, blijft zij de belangrijkste bron van mijn soort wielerinfo. Niet alleen voor de Giro, maar het bedrijf achter de Gazzetta organiseert ook de Ronde van Lombardije, Milaan-Sanremo, de Tirreno-Adriatico, de GranPiemonte (naar Coppi’s geboorteplaats) en sinds kort de geweldige Strade Bianche bij Siena.

Maar ergens heeft zij wel haar mystiek verloren. Zij is inmiddels nu zo dichtbij. Nu maak ik thuis mijn cappuccino en lees de Gazzetta dagelijks op mijn iPad. Toch blijf ik haar trouw. En ik werd beloond. In 2009 eindige de Giro op de plek waar ik had gestudeerd (Rome). Zij vertrok vervolgens in mijn geboorteplaats (Amsterdam) en ging vervolgens naar mijn huidige woonplaats (Utrecht). Dat kan toch geen toeval zijn?