Een brief aan zijn fans.. Recensie il Capitano

Zondag 28 mei 2017 was voor mij één van de meest emotionele sportdagen van mijn leven. Eerst won Tom Dumoulin de Giro in Milaan. Vlak daarna begon de afscheidswedstrijd van Francesco Totti (Rome, 27-9-1976). Elke Roma fan zal zijn emotionele brief aan zijn fans herinneren. Elke Roma fan voelde zich onderdeel van het kruidvat vol passie, dat het Olimpico die dag was.

Wat we echter niet wisten was hoe heftig deze dag was voor Totti zelf. Hoe zenuwachtig hij de avond ervoor was, hoe zijn vrouw hem verraste met een scootertocht door de stad, maar ook hoe ziek zijn dochter die avond erna was, door het rollebollen op het gras.

De onlangs uitgekomen auto-biografie van Francesco Totti ‘Il Capitano’ (Uitgeverij Volt, 2019), die hij met ghostwriter Paolo Condo schreef, heeft dan ook uitgebreid aandacht voor de die laatste dag, waar de hele carrière van de voormalig gouden schoenwinner (2007) lijkt samen te komen.

De centrale vraag die Totti probeert te behandelen, is een zoektocht naar waar hij de onvoorwaardelijke liefde van de tifosi aan verdient. Die zoektocht beschrijft zijn heftige relatie met stad. Een stad vol adoratie, vol verlangen, maar toch ook een stad van de wanhoop, van het grenzeloze.

De jeugd van Totti lijkt plaats te vinden in een romantisch Rome. De dekselse avonturen van de jonge Francesco zouden zo uit Alberto Moravia’s Romeinse Verhalen kunnen komen. Ze voetbalde in het ene straatje, en plaagden de buschauffeurs een straat verder. Hij was een verlegen ketje, omdat het in het Brussels te zeggen’.

Zijn carrière gaat in een rechte lijn omhoog. De Bimbo d’Oro wordt steeds snel naar volgende elftallen, van SMIT Trastevere tot aan het nationale elftal. Het is mooi om te lezen hoeveel respect hij immer voor zijn concurrenten heeft. Gigi Buffon van Juventus is zelfs een van zijn beste vrienden. Het zal een van de redenen zijn waarom Totti in heel Italië wordt gerespecteerd.

Het boek leest eigenlijk als een lange brief aan zijn fans waarin hij zijn keuzes toelicht. Soms is dat heel verhelderend, zoals wanneer hij uitlegt waarom hij niet naar Real Madrid ging (hoewel je mooi een ‘wat-als-gevoel ziet doorschemeren). Soms is dat voor de niet-Romeinse lezer ook wat bevreemdend. Als je in 2005 niet de Italiaanse roddelbladen las, is een vermeende affaire toch wat anders binnengekomen, dan als je dat dagelijks in vette koppen zag langskomen.

Door die persoonlijke toon begrijp je ook iets meer van zijn relatie met diverse trainers, en hoe lastig het voor hem was om te stoppen. Het laatste seizoen was een worsteling met de trainer (waarom zet hij me er toch niet in) en zichzelf. Maar uiteindelijk breekt berusting aan.

De vertaling is over het algemeen heel adequaat, het Romeinse dialect van Totti wordt in prettige spreektaal omgezet. Eén keer gaat vertaler Pieter van der Drift de mist is. Bij het kampioenschap komt ineens de Braziliaan Inciso als speler naar boven. We hebben ons als fanclub afgevraagd wie dat nu was, totdat we ons realiseerden dat het Italiaans voor Toeval betekent en in de oorspronkelijke Italiaanse uitgave een verwijzing naar Emerson is.*

De brief aan zijn fans is uiteindelijk een liefdesbrief aan de club en aan de stad. Op die scooter tocht op de vooravond van zijn afscheidswedstrijd, rijdt hij over de Via del Corso, en is hij op Piazza Navona. Hij durft vaak de stad niet meer in, vanwege de onvermijdelijke bestorming van fans. Maar die avond snuift hij nog één keer Rome op, en wordt hij gevuld met alle passie, alle historie, die de eeuwige stad heeft. Het gevoel, dat wij als liefhebber van stad en club ook kennen. De achtste koning van Rome was thuis. En wij zijn met dit boek een stapje dichterbij hem.

Rick Lindeman

* Er zit een andere rare fout in: De halve finale van het EK2000 met de Panenka over Van der Sar was uiteraard in Amsterdam, niet in Rotterdam. Voor de tweede druk…

 

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *